Hof 's-Hertogenbosch 5 november 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BK7240

In geschil is de vraag of de heffingsgrondslag voor de loonheffing moet worden verminderd met het door de werkgever op het loon verhaalde bedrag aan gedifferentieerde WGA-premie. De rechtbank had deze vraag bevestigend beantwoord. Het Hof oordeelt als volgt. Allereerst merkt het Hof op dat de beslissing van de rechtbank met zich zou brengen dat de werkgever de inhouding diende te corrigeren en alsnog een bedrag aan haar werknemer zou dienen te betalen; dit achtte het Hof in strijd met de systematiek van de AWR, te weten de artikelen 26, lid 2, 26a, lid 1 en 27f, lid 1. De inspecteur stelt zich ten aanzien van het geschil op het standpunt dat er geen sprake is van negatief loon, dat er slechts kan worden verhaald op het netto-loon en dat er evenmin sprake is van dubbele heffing. Er is naar het oordeel van het Hof geen sprake van negatief loon, er is immers geen sprake van terugbetaling van genoten loon en het is de bedoeling van de wetgever geweest om de beslissing van al dan niet afwentelen aan de werkgevers en werknemers te laten. De wetsgeschiedenis leert dat de wetgever bedoeld heeft de verhaalde premies tot het loon voor de loonheffing te laten behoren. Van dubbele heffing is naar het oordeel van het Hof al evenmin sprake en zo er al sprake is van economische dubbele heffing dit niet wordt uitgesloten door de Wet LB. Het gelijk is aan de inspecteur, de uitspraak van de rechtbank wordt vernieitgd, het hoger beroep is gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen