Hof 's-Hertogenbosch 19 juni 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ4239
Belanghebbende handelt in computerondelen en is ondernemer voor de omzetbelasting; zij importeert haar handel voor een groot deel uit Taiwan en Hongkong en exporteert naar landen zowel binnen als buiten de EU. De verkoop naar Spaanse afnemers is de helft van de totale omzet die in de betreffende jaren gemiddeld 55 miljoen gulden bedroeg. Belanghebbende heeft met betrekking tot de Spaanse afnemers steeds voorafgaande aan de eerste levering aan de belastingdienst verzocht om verificatie van de opgegeven BTW-nummers; de belastingdienst heeft steeds meegedeeld dat die gegevens overeenstemmen met de gegevens van de Spaanse belastingdienst. Er wordt een onderzoek ingesteld door de belastingdienst naar specifiek de leveringen naar Spanje en incidenteel heeft de fiscus nog nadere informatie ingewonnen bij de Spaanse belastingdienst. De inspecteur stelt zich op het standpunt dat belanghebbende niet aan de hand van boeken en bescheiden heeft aangetoond recht te hebben op toepassing van het tarief van nihil. Het Hof beslist in de inleidende schermutselingen over de juiste tenaamstelling in het voordeel van de Inspecteur. In een uitvoerig betoog komt het Hof tenslotte tot de conclusie dat belanghebbende recht heeft op het tarief van nihil. Vervolgens is de vraag aan de orde of belanghebbende recht heeft op aftrek van voorbelasting, hetgeen de Inspecteur ontkent omdat belanghebbende moest weten dat hij deel uitmaakte van een organisatie die zich bezighield met carousselfraude. Ook hier vangt de Inspecteur bot bij het Hof: aan de hand van de feiten oordeelt het Hof dat belanghebbende niet wist of moest weten dat haar leveranciers niet aan hun fiscale verplichtingen voldeden. De naheffingsaanslag wordt vernietigd en belanghebbende ontvangt een royale vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand in de bezwaarfase. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl