Hof 's-Hertogenbosch 23 juni 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ0656

Artt. 12 Sr; 10, 11 en 76 Flora- en faunawet. Het hof acht, gelet op de ernst en omvang van de beweerdelijk gepleegde strafbare feiten en de zich in het dossier bevindende aanwijzingen – met name de verklaringen afgelegd door [vertegenwoordiger van klaagster] alsmede de (kleuren)foto’s die door zowel [vertegenwoordiger van klaagster] als [verbalisant] ter plaatse zijn gemaakt - termen aanwezig om het beklag gegrond te verklaren en de vervolging van beklaagde te bevelen ter zake van: het opzettelijk verontrusten van dassen (artikel 10 van de Flora- en Faunawet) c.q. het verstoren van een dassenburcht (artikel 11 van de Flora- en faunawet) en het houden van een wielerwedstrijd zonder ontheffing (artikel 76 van de Flora- en faunawet).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen