Hof 's-Hertogenbosch 24 april 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BI6908
Belanghebbendes onroerende zaak is gerangschikt als landgoed in de zin van de Natuurschoonwet. Op grond van de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet WOZ wordt bij de bepaling van de WOZ-waarde de waarde van onroerende zaken die behoren tot een landgoed buiten aanmerking gelaten, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen. Belanghebbende is van mening dat alleen de opstallen, en niet de ondergrond daarvan, tot de gebouwde eigendommen kunnen worden gerekend. Het hof is dat niet met hem eens gelet op de parlementaire geschiedenis betreffende het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de Wet WOZ. Voorts twisten partijen over de te hanteren instandhoudingsfactoren bij het bepalen van de waarde van de gebouwde eigendommen. Het hof leidt uit HR 25 april 2008, nr. 41 584 (NTFR 2008/922) af dat gerekend moet worden met de instandhoudingsfactor voor alleen het gebouwde eigendom dat tot woning dient en dat er geen ruimte is voor toepassing van een instandhoudingsfactor ongebouwd. Als het hof vervolgens uitgaat van de door belanghebbende verdedigde instandhoudingsfactor gebouwd en waarde van de opstallen, leidt dit niet tot een lagere waarde dan die door de rechtbank is vastgesteld
De uitspraak op rechtspraak.nl