Hof 's-Hertogenbosch 27 maart 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BI4185
Belanghebbende werft werknemers in Engeland en stelt deze ter beschikking aan opdrachtgevers voor projecten in de petrochemische industrie. De betreffende werknemers komen in aanmerking voor de zogenaamde 30%-bewijsregeling uit hoofdstuk 3 uitvoeringsbesluit LB. Belanghebbende betaalt, naast deze 30%-regeling ook nog netto de kosten voor dubbele huisvesting en de reiskosten van en naar Engeland. De inspecteur ziet deze kosten als extraterritoriale kosten en heeft over deze netto-betalingen loonbelasting nageheven. Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank waarin is beslist dat naast toepassing van de 30%-regeling niet nog andere kosten vergoed kunnen worden. Het Hof oordeelt dat de forfaitaire en vrijwillige aard van de bewijsregel meebrengt , dat alle uitgaven die als extraterritoriale kosten kunnen worden aangemerkt geacht worden onder de bewijsregel te zijn vergoed, behoudens tegenbewijs met betrekking tot de omvang van de kosten. Als belanghebbende e bewijsregel toepast , kan zij niet daarnaast nog kosten , die samenhangen met de uitzending vrij vergoeden.
De uitspraak op rechtspraak.nl