Hof 's-Hertogenbosch 12 december 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BH4384

Belanghebbende heeft tot 1 maart 2004 in Duitsland in loondienst gewerkt. In die jaren is hij in Duitsland verzekerd geweest voor de volksverzekeringen en was hij voor zijn Duitse inkomsten aldaar belastingplichtig. Hij heeft aldus de aftrek van de hypotheekrente van zijn in Nederland gelegen woning niet in Nederland kunnen effectueren. Op grond daarvan is per 31 december 2003 een bedrag van € 56.074 gereserveerd als vrij te stellen buitenlands inkomen uit werk en woning. In 2004 heeft de inspecteur een gedeelte van dit bedrag voor de berekening van de inkomstenbelasting verrekend. In geschil is of dit ook voor de heffing van de premieheffing volksverzekeringen had moeten gebeuren. Het hof stelt voorop dat in art. 1, lid 1, van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 de premieheffing volksverzekeringen niet wordt genoemd. Voorts is van discriminatie volgens het hof geen sprake. Het nadeel dat kan optreden ten opzichte van ingezeten die in Nederland werken kan niet worden toegeschreven aan een tekortkoming in de Nederlandse hefffingsregeling. Het vloeit voort uit de verschillen die van oudsher bestaan tussen de financieringsstelsels in de verschillende Lid-Staten. Het gemeenschapsrecht voorziet niet in een harmonisatie van deze stelsels, alleen in een coördinatie van de toe te passen wetgevingen. Het gelijk is derhalve aan de inspecteur.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen