Hof 's-Hertogenbosch 7 november 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BG9638
06-00206 Het geschil betreft de waardering van een recreatiewoning en het Hof oordeelt dat in het algemeen de vergelijkingsmethode de beste waarderingsmethode voor individuele recreatiewoningen is, ook als de eigenaar zich tegenover de eigenaar van het bungalowpark, verplicht heeft om, zoals in het onderhavige geval, de woning gedurende het overgrote deel van het jaar ter beschikking te stellen voor kortstondige verhuur. Belanghebbende heeft de woning verworven bij een openbare verkoping en stelt dat het voor hem een beleggingsobject is, maar het Hof oordeelt dat er moet worden gewaardeerd uitgaande van de fictie van volle en onbezwaarde eigendom. De door de gemeente aangevoerde referentiepanden liggen in een ander recreatiepark en naar het oordeel van het Hof heeft belanghebbende geloofwaardig verklaard dat bij die recreatiewoningen permanente bewoning gedoogd wordt; om die reden acht het Hof de door de gemeente aangevoerde referentiepanden, gelegen op een ander recreatieterrein niet geschikt om het waardeoordeel ten aanzien van het onderhavige pand op te baseren. Alle feiten, waaronder een grote putdeksel in de tuin, verder in aanmerking nemend, komt het Hof tenslotte tot een lagere waardering dan de rechtbank. Incidenteel hoger beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl