Hof 's-Hertogenbosch 5 december 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BG6262

1.Dagvaardingsperikelen (tijdsverloop, bevoegdheid stagiaire, betekening) 2.ontvankelijkheid hoger beroep 3.eisen aan proces-verbaal politie (ten spoedigste opgemaakt) Ad 1. Tijdsverloop als gevolg van interne afspraak tussen het arrondissementsparket Roermond en de rechtbank Roermond, inhoudende dat de dagvaardingen die moeten worden uitgereikt aan de griffier van de rechtbank worden verzameld, alvorens deze daadwerkelijk aan de desbetreffende griffier uit te reiken. Deze handelwijze is naar het oordeel van het hof niet strijdig met enige wetsbepaling en wordt dan ook toelaatbaar geacht. De omstandigheid dat de inleidende dagvaarding is uitgereikt door een stagiaire is, terwijl stagiaires blijkens informatie van de advocaat-generaal bij aanvang van de stage altijd beëdigd worden, staat een rechtsgeldige uitreiking niet in de weg. Ook in het geval de stagiaire abusievelijk niet beëdigd zou zijn, dan nog kleeft er geen gebrek aan de betekening van de inleidende dagvaarding omdat de stagiaire blijkens de tekst op de akte uitreiking naar waarheid heeft verklaard en niet op ambtseed. Voor zover de raadsvrouwe bedoeld heeft hiertegen bezwaar te maken, overweegt het hof dat zij dan uitgaat van een eis die door de wet niet wordt gesteld. Dat niet blijkt dat is gecontroleerd of verdachte op de dag van betekening, te weten op de dag van de uitreiking aan de griffier, gedetineerd was, leidt, gelet op het bepaalde in art. 2 eerste lid, laatste volzin van het Besluit kennisgeving gerechtelijke mededelingen, niet tot het oordeel dat er sprake is van een gebrek in de betekening nu verdachte gedagvaard is te verschijnen voor de kantonrechter. Ad 2. Niet valt uit te sluiten dat sprake is van een -verdachte niet aan te rekenen- ambtelijk verzuim aangezien niet is gebleken dat haar de mogelijkheid is geboden in hoger beroep te komen op de voet van art. 451a van het wetboek van Strafvordering. Het hof zal verdachte, nu zij tijdig kenbaar heeft gemaakt dat zij een rechtsmiddel wilde instellen, ontvangen in haar hoger beroep. Ad 3. Verweer dat het proces-verbaal niet conform de wettelijke vereisten, in het bijzonder niet ten spoedigste na het constateren van een strafbaar feit, is opgemaakt, wordt verworpen. De enkele omstandigheid dat verdachtes verklaring niet reeds in een kennisgeving van bekeuring was opgenomen, dwingt niet tot de conclusie dat verdachte dié verklaring niet zou hebben afgelegd. De raadsvrouwe heeft op geen enkele wijze onderbouwd waarom aan het waarheidsgehalte van het proces-verbaal van 23 november 2006 zou moeten worden getwijfeld. Voorts is de inhoud van het proces-verbaal gebaseerd op de eigen waarnemingen van de verbalisant en is het tijdsverloop niet zodanig dat dit grond biedt voor de vrees dat de herinnering met betrekking tot de waarneming als het ware vervaagd zou zijn en daardoor de weergave van die waarneming niet betrouwbaar zou zijn, ook niet daar waar het betreft de weergave van de verklaring van verdachte, zoals gerelateerd in het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen