Hof 's-Hertogenbosch 26 september 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BG5739
Belanghebbende maakt deel uit van een fiscale eenheid, waarin de onderneming van belangebbendes aandeelhouder geruisloos is ingebracht. Belanghebbende heeft binnen de in standaardvoorwaarde 16 bij artikel 15 Wet Vpb genoemde termijn van drie jaar 35 % van haar aandelen in de met haar gevoegde dochtervennootschap verkocht. De Inspecteur heeft daarop de activa en passiva van de betreffende vennootschap gewaardeerd naar de waarde in het economisch verkeer en een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting, zonder boete, opgelegd.Belanghebbende vindt dat de svw.16 in strijd is met de Fusierichtlijn, ontkent dat er sprake is ten goede komen en beroept zich op een met de inspecteur gesloten compromis. Het Hof haalt het arrest Leur-Bloem aan en constateert met partijen dat er geen sprake is van een fusie, omdat de dochetr van belanghebbende geacht wordt te zijn opgegaan in belanghebbende. Nu belanghebbende zelf voor de route via de fiscale eenheid heeft gekozen, is er geen strijdigheid met de Fusierichtlijn.Het Hof is voorts van oordeel dat (nog) niet alle goodwill van belanghebbende was verdampt, zodat er wel sprake was van ten goede komen aan. De inspecteur ontkent het bestaan van een compromis en belanghebbende kan verder niets aantonen. Hoger beroep ongegrond, bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.
De uitspraak op rechtspraak.nl