Hof 's-Hertogenbosch 14 oktober 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BG1420
4.17.1. De kantonrechter heeft in voormeld vonnis overwogen dat de Bank in de nakoming van de op haar rustende zorgplicht tekort is geschoten enerzijds door vóór het aangaan van de overeenkomsten - kort gezegd - geen (afdoende) informatie in te winnen over de persoonlijke omstandigheden van [appellant] en anderzijds doordat de Bank [appellant] toen niet op ondubbelzinnige wijze heeft gewaarschuwd voor het specifieke risico verbonden aan het beleggen in aandelen met geleend geld. De kantonrechter heeft voorts overwogen dat nu deze zorgplichten van de Bank betrekking hebben op de precontractuele fase en niet op de nakoming van de overeenkomsten, dit tekortschieten moet worden aangemerkt als onrechtmatig jegens [appellant]. 4.17.2. Partijen hebben niet gegriefd tegen het oordeel van de kantonrechter dat de Bank in de fase die aan de totstandkoming van de overeenkomsten voorafging tekort is geschoten in de haar betamende zorg, zodat ook het hof hier vanuit gaat. Het hof heeft reeds eerder in een soortgelijke zaak (van 6 november 2007, LJN BB7875, JOR 2007, 309) geoordeeld dat dit tekortschieten van de Bank in de haar betamende zorg in de precontractuele fase moet worden gekwalificeerd als onrechtmatig. Dit betekent dat, anders dan [appellant] heeft betoogd, deze tekortkoming van de Bank geen wanprestatie oplevert en [appellant] derhalve geen bevoegdheid toekomt de overeenkomsten te ontbinden. De in principaal appel aangedragen grief VI faalt mitsdien.
De uitspraak op rechtspraak.nl