Hof 's-Hertogenbosch 26 augustus 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BF3267
Klacht ex artikel 12 Sv; art. 138a Sr. Het openbaar ministerie is ingevolge artikel 124 Wet Rechterlijke Organisatie belast met de vervolging van strafbare feiten. Op grond van artikel 167, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan van vervolging worden afgezien op gronden aan het algemeen belang ontleend. Onder ‘algemeen belang’ als bedoeld in artikel 167, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering, kan niet worden gevat het niet overgaan tot opsporing in verband met een beperkte (recherche)capaciteit in die zaken die niet als gering feit kunnen worden aangemerkt of waarin geen bijzondere redenen aanwezig zijn om van strafvervolging af te zien. Ook de complexiteit van een zaak is op zichzelf geen reden om niet over te gaan tot opsporing c.q. vervolging. Immers, in een rechtstaat dient het rechtssysteem zo te zijn ingericht dat inhoud kan worden gegeven aan de in de wet verankerde normen en aan de verwachtingen die slachtoffers van strafbare feiten en de samenleving als geheel aan de wet mogen ontlenen. Het hof acht, gelet op de ernst en omvang van het beweerdelijk gepleegde strafbare feit en de zich in het dossier bevindende aanwijzingen, termen aanwezig om het beklag gegrond te verklaren en de vervolging van beklaagden te bevelen ter zake van computervredebreuk.
De uitspraak op rechtspraak.nl