Hof 's-Hertogenbosch 20 mei 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BF0352

Het hof heeft reeds in zijn eerdere uitspraken (van 5 april 2005, JOR 2005, 127; 10 juli 2007, rechtspraak.nl; 6 november 2007, JOR 2007, 309) geoordeeld dat als uitgangspunt heeft te gelden dat de Bank - als professionele, en op het terrein van aandelenlease bij uitstek deskundig te achten dienstverlener - jegens particuliere, niet professionele, cliënten tot een bijzondere zorgplicht is gehouden, gelet op de grote risico's die aan een aandelenlease-overeenkomst als de onderhavige verbonden kunnen zijn. Een schending van die zorgplicht, indien deze in rechte wordt vastgesteld, heeft echter niet zonder meer tot gevolg dat [appellant] is bevrijd van zijn betalingsverplichtingen uit hoofde van de overeenkomst. Nu, zoals hiervoor onder 6.4.4. is overwogen, [appellant] niet op de volgens de wet voorgeschreven wijze een (reconventionele) vordering tot schadevergoeding heeft ingesteld en hij zich in rechte evenmin heeft verweerd met een beroep op verrekening van de beweerdelijk door hem geleden schade met het door Dexia gevorderde, is de conclusie dat [appellant] niet van zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst met de Bank is bevrijd. Gelet op het vorenoverwogene zal het hof het debat tussen partijen over de vraag of de Bank in de fase voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst haar zorgplicht jegens [appellant] heeft geschonden, bij gebrek aan belang, onbesproken laten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen