Hof 's-Hertogenbosch 3 juni 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BD9792

Het hof ziet aanleiding thans eerst de incidentele grief van [geïntimeerde] te behandelen, ook al is het incidenteel appel voorwaardelijk ingesteld. Daarin stelt [geïntimeerde] zich op het standpunt dat, nu vaststaat dat [appellant] niet binnen bekwame tijd na het ontdekken van de gebreken daarvan kennis heeft gegeven aan [geïntimeerde], de vordering ook voor zover deze is gebaseerd op art. 7:15 BW en dwaling of bedrog direct moet worden afgewezen zodat aan een bewijsopdracht niet kan worden toegekomen. In HR 29 juni 2007, RvdW 2007, 636, LJN AZ7617 heeft de Hoge Raad uitgemaakt dat als de klachttermijn van art. 7:23 lid 1 BW is verstreken, de koper geen enkele vordering meer tegen de verkoper kan instellen die feitelijk gegrond is op het niet beantwoorden van de geleverde zaak aan de koopovereenkomst. Zoals blijkt uit de weergave van de vordering van [appellant] in r.o. 4.2.2 heeft [appellant] aan alle door hem aangevoerde gronden voor aansprakelijkheid van [geïntimeerde] ten grondslag gelegd dat de bewuste (thans door hem genoemde:) verblijfsruimte niet voldoet aan het Bouwbesluit doordat deze ruimte klam en vochtig is, geen spouwmuur heeft en de muur niet waterdicht is, en dat voor de ruimte geen bouwvergunning is gevraagd. Daarmee is de vordering van [appellant] feitelijk gegrond op het niet beantwoorden van de woning aan de koopovereenkomst, welke vordering hem niet meer toekomt nu de rechtbank, in hoger beroep onaantastbaar, heeft geoordeeld dat de klachttermijn van art. 7:23 lid 1 BW is verstreken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen