Hof 's-Hertogenbosch 17 juni 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BD9101

Klacht ex artikel 12 Sv.; art. 272 Sr. Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel dat blijkens uit het dossier blijkende feiten en omstandigheden sprake was van een aanzienlijke mate van betrokkenheid en een formeel te constateren mate van instemming van klager bij het naar buiten brengen van de gewraakte informatie. Er mag naar het oordeel van het hof vanuit worden gegaan dat beklaagde, op het moment dat deze op 20 november 2007 de gewraakte informatie ten overstaan van leden van de CDA-fractie naar voren bracht, mocht aannemen dat hij daarvoor voldoende instemming van klager had. Toen beklaagde vervolgens dezelfde informatie op 23 november 2007 per brief aan de gemeenteraad deed toekomen, was deze informatie niet langer geheim. Voor schending van het ambtsgeheim acht het hof derhalve onvoldoende aanwijzingen in het dossier aanwezig.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen