Hof 's-Hertogenbosch 8 januari 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BD8996

Klacht ex artikel 12 Sv. 366 Sr. Het hof moet in de beoordeling van de klacht een voorlopig oordeel vellen over onder meer de bewijsbaarheid van de zaak, de strafbaarheid van het feit en van beklaagde(n). Een van de elementen van knevelarij is dat de ambtenaar – in de uitoefening van zijn bediening – vordert of ontvangt of bij een uitbetaling terughoudt, hetgeen hij weet dat niet verschuldigd is. Op grond van de stukken, waaronder de uitspraak van de civiele kamer van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 13 september 2007, rolnummer 05/1445, staat vast dat datgene wat in casu wordt ingevorderd telkens onherroepelijke vaststaande aanslagen betreffen. Op geen enkele wijze is gebleken van enig strafbaar handelen in het optreden van beklaagden als ambtenaar van de belastingdienst.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen