Hof 's-Hertogenbosch 24 juni 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BD5216
1. Het hof ziet, anders dan de verdediging, in het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid en de betrouwbaarheid van het in het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal van politie opgenomen relaas van de genoemde verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en acht dat relaas, voor zover gebezigd tot het bewijs, derhalve betrouwbaar en als zodanig bruikbaar. 2. Gelet op de in het arrest weergegeven gebleken feiten en omstandigheden, is het hof van oordeel dat de verweten gedraging mede tegen de achtergrond van de criteria die plegen te worden aangeduid als de “IJzerdraadcriteria” in redelijkheid aan de verdachte kan worden toegerekend. 3. Het snoeihout dat verdachte heeft verbrand was afkomstig uit het bedrijf van verdachte, zijnde een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer. Hierop had de ontheffing van de gemeente Laarbeek geen betrekking. Naar het oordeel van het hof mag van een professioneel marktdeelnemer (als de vertegenwoordiger van) verdachte worden verwacht dat hij zich van de inhoud van een aan hem verstrekte ontheffing vergewist en daar ook naar handelt, ook in de situatie dat het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Laarbeek bij het verlenen van een ontheffing onzorgvuldig zou hebben gehandeld, indien en voor zover daar al sprake van zou zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl