Hof 's-Hertogenbosch 8 april 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BC9449

Artikel 6:278 BW is in het onderhavige geval niet van toepassing omdat de stoot tot ongedaanmaking niet is gegeven door een van beide partijen maar door een derde, namelijk de echtgenoot die toestemming had moeten geven tot het aangaan van de overeenkomst. Het standpunt van Dexia zou bovendien tot de consequentie leiden dat het op artikel 1:88 BW berustende recht van de echtgenoot op vernietiging op onaanvaardbare wijze wordt uitgehold. Het was aan deze echtgenoot, [persoon 1], om samen met [appellant] te bepalen of zij een overeenkomst, zoals die thans tussen Dexia en [appellant] is gesloten met al de daarin opgenomen risico's, wenste te accepteren. Gesteld noch gebleken is dat [persoon 1], zo zij daadwerkelijk voor die keus was gesteld, akkoord zou zijn gegaan met deze overeenkomst. Los daarvan is de enkele omstandigheid dat [persoon 1] de overeenkomst waarschijnlijk niet had vernietigd indien deze voor [appellant] gunstig was uitgepakt, onvoldoende om een andere - op redelijkheid en billijkheid gebaseerde - uitleg aan artikel 6:278 BW te geven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen