Hof 's-Hertogenbosch 28 februari 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BC9203
De in de NSW gehanteerde systematiek belet dat het beroep van belanghebbenden op de arresten van de Hoge Raad 6 januari 1960, nr. 14 161, BNB 1960/52 en 13 december 1995, nr. 29 716, BNB 1996/70, kan slagen. In laatstgenoemd arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat het in overeenstemming is met de strekking van artikel 21, lid 4, van de Successiewet 1956, dat de daar gehanteerde waarderingsfaciliteit tevens van toepassing wordt geacht voor zover verkregen overbedelingsvorderingen afhankelijk zijn van de waarde van de eigen woning. Ook in eerstgenoemd arrest besliste de Hoge Raad tot uitbreiding van een waarderingsfaciliteit tot alle verkrijgers uit de nalatenschap. Zowel de tekst als doel en strekking van artikel 7 van de NSW verzetten zich er tegen de daarin vervatte invorderingsfaciliteit aan te merken als een waarderingsfaciliteit. De door belanghebbenden aangehaalde arresten zijn derhalve niet op hun situatie van toepassing.
De uitspraak op rechtspraak.nl