Hof 's-Hertogenbosch 12 februari 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BC9201

De Staat is - in al zijn onderdelen - gebonden aan de door hem gesloten verdragen. Wanneer de opsteller van de Regeling dan ook opmerkt dat de in de Regeling gebruikte termen moeten worden uitgelegd conform de betekenis die zij hebben in de betreffende verdragen, is die opmerking in zoverre overbodig, dat ook zonder deze opmerking de Regeling verdragsconform dient te worden geïnterpreteerd. Dit houdt in, dat ofschoon in de Toelichting op de Regeling slechts ten aanzien van de diplomatenvrijstellingen wordt opgemerkt dat de terminologie van "de Weense verdragen" (zie 4.5) moet worden gehanteerd, ook voor de militaire vrijstelling moet worden aangenomen dat de gebruikte termen in overeenstemming zijn met het toepasselijke verdrag. Met andere woorden: voor de toepassing van de militaire vrijstelling moet het begrip "duurzaam verblijf" worden uitgelegd conform het NAVO Statusverdrag. Niet in geschil is dat belanghebbendes echtgenote behoort tot de civiele dienst van de Amerikaanse krijgsmacht in Nederland als bedoeld in artikel I van het NAVO Statusverdrag. Volgens de aldaar gegeven definitie kan een persoon, die duurzaam zijn verblijfplaats pleegt te hebben in Nederland, niet behoren tot die civiele dienst. Het Hof is van oordeel dat de woorden "verblijfplaats plegen te hebben" dezelfde betekenis hebben als de woorden "duurzaam verblijf houden". Dit brengt mee, dat zolang belanghebbendes echtgenote onderdeel uitmaakt van de civiele dienst van de Amerikaanse krijgsmacht in Nederland, zij geacht wordt niet duurzaam verblijf te houden in Nederland, ook niet indien haar verblijf de periode van 10 jaar overschrijdt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen