Hof 's-Hertogenbosch 11 maart 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BC8912

Ten opzichte van de crediteur is de debiteur degene die er voor moet zorgen dat een overeengekomen afbouwregeling wordt nagekomen. Hier gaat het echter niet om de rechtsverhouding tussen schuldeiser (ABN AMRO) en debiteur (Sale on Sight), maar om de rechtsverhouding tussen ABN AMRO en [geïntimeerde], de borg en toekomstig gesubrogeerde. ABN AMRO was jegens [geïntimeerde] verplicht zich in te spannen om te voorkomen dat zij [geïntimeerde] als borg moest aanspreken. Een tekortschieten in de nakoming van deze verbintenis leidt in beginsel tot schadeplichtigheid van ABN AMRO jegens [geïntimeerde]. Het gaat dus om de vraag of ABN AMRO in de nakoming van deze verbintenis tekort geschoten is. ABN AMRO heeft gesteld dat zij Sale on Sight op goede gronden heeft toegestaan noodzakelijke betalingen te doen ook al leidden deze tot een overschrijding van de (deels afgebouwde) kredietlimiet, van welke afspraken [geïntimeerde] op de hoogte was. Op dit punt verwijst ABN AMRO naar haar brief van 5 februari 2004 die, naar zij stelt maar [geïntimeerde] betwist, in kopie aan [geïntimeerde] is gezonden. Volgens ABN AMRO kan haar geen onzorgvuldigheid worden verweten. Weliswaar heeft ABN AMRO in februari 2004 betalingsopdrachten van Sales on Sight uitgevoerd voor een bedrag van EUR 54.000,-, maar er is toen ook circa EUR 44.000,- ontvangen. ABN AMRO heeft betalingen voor Sale on Sight uitgevoerd opdat zij het hoofd boven water kon houden in afwachting van betere tijden. Het hof acht niet van belang of [geïntimeerde] de brief van ABN AMRO van 5 februari 2004 heeft ontvangen en of [geïntimeerde] met de inhoud daarvan heeft ingestemd. Ook al zou dit zo zijn, dan nog kan ABN AMRO daaraan niet het gevolg verbinden dat zij reeds op die grond niet jegens [geïntimeerde] tekort geschoten kan zijn. Ook is niet van belang of ABN AMRO in het belang van Sale on Sight haar de mogelijkheid heeft geboden om orde op zaken te stellen en voor Sale on Sight betalingsopdrachten heeft uitgevoerd hoewel daarmee het debetsaldo opliep. Het gaat er om of ABN AMRO zich daarbij voldoende de belangen van [geïntimeerde] als borg heeft aangetrokken en zich daarbij voldoende heeft ingespannen om te voorkomen dat hij (voor een groter bedrag dan nodig is) als borg moest worden aangesproken. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend. Een oplopen van het debetsaldo van circa EUR 80.000,- op 15 januari 2004 tot EUR 101.883,30 eind juli 2004, hoewel ABN AMRO op 23 september 2003 met Sale on Sight was overeengekomen dat zij het debetsaldo wekelijks met EUR 4.000,- zou terugbrengen, dus met ruim EUR 100.000,- in voormelde periode, laat zich niet verklaren door de enkele stelling van ABN AMRO dat zij de betalingsopdrachten van Sale on Sight wel moest uitvoeren omdat blokkering haar in nog ernstiger problemen zou hebben gebracht. In ieder geval is dit in haar rechtsverhouding tot [geïntimeerde] onvoldoende. Overige feiten en omstandigheden heeft ABN AMRO niet gesteld. Uit niets blijkt dat ABN AMRO, op wie op zich zelf de plicht rustte ook rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van Sale on Sight als haar debiteur, in het kader van een redelijke afweging van belangen gehouden was haar toestemming te verlenen aan een (verder) oplopen van de debetstand. Het vorenstaande leidt er toe dat het hof niet tot een andere conclusie kan komen dan de rechtbank. [..]

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen