Hof 's-Hertogenbosch 28 februari 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BC7269
De kern van belanghebbendes betoog is dat uitgaven ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking nimmer mede kunnen zijn extraterritoriale kosten. Het Hof is het op dit punt niet met belanghebbende eens. Daarmee komt de dragende pijler aan belanghebbendes betoog te ontvallen. Het Hof komt tot dit oordeel op grond van de tekst van de wet, het wettelijke systeem, alsmede de plaatsing van de regeling van extraterritoriale kosten in artikel 15a van de Wet LB. De wettekst spreekt over "extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst". De onderhavige kosten vallen zonder twijfel onder deze omschrijving. Daarnaast druist het tegen het systeem van de Wet LB in om ervan uit te gaan dat de regeling tot doel zou hebben alleen uitgaven belastingvrij te vergoeden die niet (mede) dienstbaar zijn aan een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking. Ten slotte is de vergoedingsregeling geplaatst in het meergenoemde artikel 15a, te midden van andere bepalingen die zonder twijfel betrekking hebben op kosten ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking, en dus mede een uitwerking vormen van artikel 15, letter a, Wet LB. Een door belanghebbende voorgestane tegenstelling tussen letter a en letter b van artikel 15 Wet LB ziet het Hof niet.
De uitspraak op rechtspraak.nl