Hof 's-Hertogenbosch 6 november 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BD6455
Klacht ex artikel 12 Sv.; art. 12c Sv. Het hof is van oordeel dat klager in zijn klaagschrift niet aannemelijk heeft kunnen maken dat hij een hem persoonlijk aangaand, van andere weggebruikers te onderscheiden belang heeft bij vervolging van beklaagde. Om die reden kan klager niet worden aangemerkt als rechtsreeks belanghebbende in de zin van artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering, om welke reden klager in zijn beklag niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Het beklag zal op die grond worden afgewezen. Het hof is voorts van oordeel dat overeenkomstig het bepaalde bij artikel 12c van het Wetboek van Strafvordering kan worden afgezien van het horen van klager in raadkamer, nu het beklag naar het oordeel van het hof in ieder geval – daargelaten het vorenstaande en de vraag of de bestuursrechtelijke procedure correct is verlopen – als kennelijk ongegrond dient te worden afgewezen, nu het onderhavige dossier het hof geen aanleiding geeft om te veronderstellen dat beklaagde zich schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit jegens klager.
De uitspraak op rechtspraak.nl