Hof 's-Hertogenbosch 27 november 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BC1140
Naar het oordeel van het hof is de stelling van [appellant] dat zijn echtgenote eerst door de betekening van de dagvaarding in eerste aanleg op de hoogte raakte van de tussen [appellant] en de Bank gesloten overeenkomsten voldoende concreet en duidelijk. Het is ook zeer wel voorstelbaar dat [persoon 1] van het sluiten en het verdere bestaan van de overeenkomsten niets heeft gemerkt totdat de dagvaarding door de deurwaarder werd betekend. Dat [persoon 1] in ieder geval op dat tijdstip op de hoogte was van de door [appellant] met de Bank gesloten overeenkomsten is tussen partijen ook niet in discussie.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1015 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1:88 BW1
- Artikel 1:89 BW1
- Artikel 17 Wge
- Artikel 1 WCK
- Artikel 3 WCK
- Artikel 4 WCK
- Artikel 9 WCK
- Artikel 26 WCK
- Artikel 69 WCK
- Artikel 75 WCK
- Artikel 6:76 BW6
- Artikel 6:101 BW6
- Artikel 6:136 BW6
- Artikel 6:171 BW6
- Artikel 6:228 BW6
- Artikel 7:1 BW7
- Artikel 7:9 BW7
- Artikel 7:47 BW7
- Artikel 3:1 BW3