Hof 's-Hertogenbosch 23 oktober 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB7387
Verder stelt [appellant c.s.] dat hij ook andere klanten bedient dan de doelgroep van de slagerij van [geïntimeerde sub 1], en andere producten verkoopt. Naar het oordeel van het hof laat dit echter onverlet dat de onderneming van [appellant c.s.] deels soortgelijk is aan die van [geïntimeerde sub 1], en dat reeds hierdoor onrechtmatig wordt gehandeld. Daarnaast stelt [appellant c.s.] dat de slagerij van [geïntimeerde sub 1] geen of nauwelijks goodwill zou hebben, waarbij hij zich baseert op de cijfers van de slagerij van de laatste jaren. Deze cijfers worden door [geïntimeerde c.s.] echter betwist, omdat [appellant sub 1] toen hij de slagerij dreef een schaduwboekhouding zou hebben gevoerd, en dus een hogere omzet zou hebben gerealiseerd dan uit de boeken blijkt. Wat ook zij van deze discussie, het hof acht aannemelijk dat de slagerij al jarenlang goed rendeert (zo goed dat [appellant sub 1] de slagerij weigerde te verlaten), en constateert dat voldoende is gebleken dat [appellant c.s.] kennelijk zijn oude klanten wil blijven bedienen, ten koste van het marktaandeel en de winst van [geïntimeerde sub 1]. De concurrentie door [appellant c.s.] is reeds hierdoor onrechtmatig, daargelaten hoe groot de winstcapaciteit van de slagerij precies is en wat exact onder het begrip 'goodwill' moet worden verstaan. In het verlengde hiervan stelt [appellant c.s.] dat [geïntimeerde sub 1] het bestaan van schade niet aannemelijk heeft gemaakt. Het hof acht het echter voldoende aannemelijk dat [geïntimeerde sub 1] minder winst maakt, omdat deze thans door [appellant c.s.] wordt beconcurreerd met een soortgelijke winkel in dezelfde straat, terwijl [appellant sub 1] in de periode van 1998 tot 2006 een band met de doelgroep van de winkel van [geïntimeerde sub 1] had opgebouwd. Verder stelt [appellant c.s.] dat zich in de [straat] nog twee soortgelijke Marokkaanse winkels zouden bevinden. Deze stelling heeft [appellant c.s.] echter niet gespecificeerd, en met name niet aangegeven in welke zin en mate deze winkels soortgelijk zijn, en waarom het afsnoepen door [appellant c.s.] van de klanten van [geïntimeerde sub 1] hierdoor niet meer onrechtmatig zou zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl