Hof 's-Hertogenbosch 25 september 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB4885

Bepalend voor het karakter van een procedure met meerdere gedaagden (verstek of op tegenspraak) is derhalve of tenminste één gedaagde op de inleidende dagvaarding is verschenen. Alsdan geldt de procedure als te zijn gevoerd op tegenspraak, en dient het tussen partijen gewezen vonnis als een vonnis op tegenspraak te worden aangemerkt, zodat daartegen geen verzet openstaat maar alleen hoger beroep. In het karakter van de procedure komt, naar het oordeel van het hof, geen wijziging in geval de verschenen gedaagde(n), zoals in casu [bedrijf 1] en [bedrijf 2], de procedure niet ten einde procedeert(deren) maar er hangende de procedure een regeling met eiser tot stand komt en de zaak in verband daarmee wordt doorgehaald. Ook dan blijft sprake van een procedure op tegenspraak, en wordt het eindvonnis waarbij de niet-verschenen gedaagde wordt veroordeeld, als een vonnis op tegenspraak beschouwd. Conclusie van het voorgaande is dat het vonnis van de rechtbank van 3 november 2004, ondanks het opschrift "verstekvonnis", als op tegenspraak gewezen moet worden beschouwd. Bijgevolg staat aan [appellante], als niet-verschenen gedaagde, in beginsel het rechtsmiddel van hoger beroep van dit vonnis open. Een volgende vraag is of [appellante] in het hoger beroep kan worden ontvangen. Zoals hiervoor vermeld stelt art. 335 lid 2 Rv als voorwaarde voor ontvankelijkheid van het hoger beroep dat de niet-verschenen gedaagde voorafgaande aan het instellen van het hoger beroep het tegen hem gewezen vonnis voldoet tegen het stellen van zekerheid door de oorspronkelijk eiser. Ingevolge recente jurisprudentie van de Hoge Raad (HR 16 juni 2006, LJN: AV264), bestaat, gezien de processuele achtergrond van art. 335 lid 2 Rv, sedert de wetswijziging van 1 januari 2002 aanleiding voor een restrictieve toepassing, die de gelijkwaardigheid van alle betrokken belangen tot uitgangspunt neemt. De oorspronkelijk eiser die als geïntimeerde in hoger beroep toepassing van deze bepaling verlangt, zal moeten stellen en, zonodig, aannemelijk maken dat hij daarbij voldoende in rechte te respecteren belang heeft. Vervolgens dient appellant de gelegenheid te worden geboden zich dienaangaande uit te laten waarbij hij summier zal hebben aan te geven welke bezwaren hij heeft tegen het vonnis. Na uitlating van partijen, dient de rechter te beslissen met inachtneming van alle ter zake dienende omstandigheden. Hiertoe behoren de aard van de veroordeling van de appellant, de aard van de bezwaren van de appellant tegen het vonnis, alsmede het belang van de geïntimeerde bij voldoening aan het vonnis door de appellant bij voorraad, tegen het stellen van zekerheid, althans een equivalent van voldoening aan het vonnis. In het licht van voormeld arrest zal het hof de zaak naar de rol verwijzen teneinde partijen in de gelegenheid te stellen zich nader uit te laten, DLL als eerste, in de in vorenbedoelde zin. DLL zal zich daarbij tevens dienen uit te laten of er door haar zekerheidstelling is aangeboden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen