Hof 's-Hertogenbosch 28 juni 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB1572

Kosten van een dienstbetrekking vormen in beginsel ondernemingsuitgaven. Zulks lijdt slechts dan uitzondering in zoverre de omvang van de daarmee verband houdende uitgaven in een zodanige wanverhouding staat tot hun geringe nut dat geen redelijk denkende ondernemer deze uitgaven in die omvang zou hebben gedaan. Naar het oordeel van het hof brengt een redelijke verdeling van de bewijslast met zich dat de Inspecteur feiten en omstandigheden aannemelijk moet maken welke leiden tot de conclusie dat de in de vorige volzin bedoelde uitzondering zich voordoet. De Inspecteur heeft betoogd dat als gevolg van de inkooplasten samenhangende met de inkoop van vijftien jaren en vijf maanden diensttijd in de pensioenregeling van A de aan A in 1999 toegekende arbeidsbeloning onzakelijk hoog is. Hij heeft echter feiten noch omstandigheden gesteld noch aannemelijk gemaakt, die leiden tot de conclusie dat de omvang van deze lasten in een zodanige wanverhouding staat tot hun geringe nut dat geen redelijk denkende ondernemer deze uitgaven in die omvang zou hebben verricht. Evenmin heeft de Inspecteur gesteld of aannemelijk gemaakt dat de onderwerpelijke inkooplast dient ter bevrediging van de persoonlijke behoeften van A. Hierop gelet is het hof van oordeel dat de onderwerpelijke inkooplast in aanmerking moet worden genomen als een ondernemingsuitgave in de zin dat deze de totaalwinst vermindert. De Inspecteur heeft met betrekking tot de bepaling van de jaarwinst voorts aangevoerd dat op grond van 's Hogen Raads arrest van 15 mei 1985, no. 22 154, gepubliceerd in BNB 1985/271, alsmede op grond van 's Hogen Raads arrest van 8 april 1992, no. 27 878, gepubliceerd in BNB 1992/204, de onderwerpelijke last niet in eenmaal ten laste van de winst mag worden gebracht nu goed koopmansgebruik alleen toestaat de lasten voortvloeiend uit pensioentoezeggingen welke betrekking hebben op diensttijd bij een vorige werkgever in eenmaal ten laste van de winst te brengen indien de huidige dienstbetrekking als een voortzetting van die vorige dienstbetrekking is aan te merken, zulks terwijl belanghebbende niet heeft gesteld dat sprake is van een zodanige voortzetting. Het hof oordeelt dienaangaande dat na de inwerkingtreding van de Wet fiscale behandeling van pensioenen de belanghebbende, door te handelen zoals zij heeft gedaan, handelt overeenkomstig goed koopmansgebruik , nu die wet in het jaar 1999 een ingrijpende herziening van de fiscale behandeling van pensioenen bewerkstelligde. Aan dat oordeel doet niet af dat in genoemde wet geen specifieke bepalingen in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 zijn ingevoerd ter zake van de jaarwinstbepaling.De inkooplast kan geheel in het onderhavige jaar in aftrek worden gebracht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen