Hof 's-Hertogenbosch 3 mei 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB0188
Het hof is van oordeel dat noch de verordening (red. Verordening verontreinigingsheffing waterschap De Maaskant 1998) noch de verordening 1999 onverbindend is op de enkele door belanghebbende voorgedragen grond dat het aantal volgens die verordeningen op enigerlei wijze te berekenen vervuilingseenheden meer dan 25% afwijkt van het werkelijke aantal vervuilingseenheden, zulks reeds aangezien zijdens belanghebbende niets is gesteld of anderszins is gebleken omtrent de hoogte van het werkelijke aantal vervuilingseenheden zodat de door belanghebbende ter zake voorgestane toetsing niet kan worden uitgevoerd. In zoverre belanghebbende te dezen beoogt te stellen dat de verweerder ten onrechte een T-correctie op het ingenomen water heeft toegepast waar zulks immers niet uit de verordening, respectievelijk de verordening 1999, voortvloeit, doch veeleer uit coulance, bij gebreke van welke toepassing de aan haar op te leggen aanslag naar het hof verstaat tot een aanzienlijk hoger bedrag ware op te leggen, gaat het hof aan deze stelling voorbij nu belanghebbende daarbij geen belang heeft, gezien het in de vorige volzin gestelde.
De uitspraak op rechtspraak.nl