Hof 's-Hertogenbosch 29 mei 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BA6976
Nu gesteld noch gebleken is dat een eigendomsvoorbehoud als het onderhavige moet worden aangemerkt als een gewoonte of gebruikelijke handelwijze waaraan [bedrijf 2] is gebonden en, zoals hiervoor reeds is uiteengezet, [bedrijf 2] pas na de totstandkoming van de koopovereenkomst, aan de hand van de facturen, kennis heeft kunnen nemen van een eigendomsvoorbehoud (al dan niet op de voor- of achterzijde van de factuur), kan niet worden gezegd dat [bedrijf 2] ingevolge de artikelen 18 juncto 8 en 9 van het verdrag met dit eigendomsvoorbehoud heeft ingestemd en aldus heeft aanvaard. Nu aldus is komen vast te staan dat tussen appellante en [bedrijf 2] niet is overeengekomen dat de [type machine] onder eigendomsvoorbehoud zou worden geleverd, betekent zulks dat de vordering van appellante jegens geïntimeerde, uit hoofde van onrechtmatige daad, een grondslag ontbeert. Het hanteren van een sale en lease back-constructie kan immers op zich - als geenszins ongebruikelijk - niet als onrechtmatig jegens de leverancier van de desbetreffende machine worden aangemerkt.
De uitspraak op rechtspraak.nl