Hof 's-Hertogenbosch 22 mei 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BA6932
Daarmee is de vraag aan de orde of op grond van de redelijkheid en billijkheid een ingebrekestelling achterwege kon blijven en Abatech zonder ingebrekestelling in verzuim is geraakt. Het hof kan op grond van de stellingen van World Cones op dit punt niet tot de conclusie komen dat er sprake is van een situatie die vergelijkbaar is met de situatie als bedoeld in artikel 6:83 onder c BW (HR 6 oktober 2000, NJ 2000, 691). Integendeel, in de situatie dat partijen, zoals in dit geval, gezamenlijk een stappenplan hebben afgesproken en dit plan ook - naar het hof begrijpt - gezamenlijk zijn gaan uitvoeren nadat zij aan de hand van een analyse gezamenlijk de nog door Abatech te zetten stappen hadden bepaald, brengen de eisen van de redelijkheid en billijkheid mee dat World Cones niet te snel en zonder mededeling van Abatech die ondubbelzinnig in een andere richting wijst, heeft kunnen concluderen dat Abatech niet meer deugdelijk zou nakomen. Het hof beantwoordt voormelde vraag dus ontkennend.
De uitspraak op rechtspraak.nl