Hof 's-Hertogenbosch 23 april 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BA5690
Het belang van de minderjarige [A.] is ermee gediend dat in zijn geboorteakte de juiste gegevens van zijn moeder zijn vermeld. Het betreft hier immers gegevens van zijn afkomst. In beginsel dient van de juistheid van de geboorteakte te worden uitgegaan. Aangenomen moet worden dat [Y.] bewust haar gegevens als zijnde de moeder van [A.] bij de aangifte van de geboorte aan de autoriteiten heeft laten vermelden. Deze gegevens komen overeen met de van [Y.] in het GBA-register opgenomen gegevens, welke zijn gebaseerd op een door [Y.] eertijds onder ede afgelegde verklaring. Om die reden dienen naar het oordeel van het hof zeer hoge eisen te worden gesteld aan het bewijs dat bij het opmaken van de geboorteakte van [A.] destijds sprake is geweest van een misslag. Naar het oordeel van het hof is hieraan door geïntimeerden niet voldaan. Vaststaat dat [X.] tot op heden niet in enig Nederlands GBA-register opgenomen is (geweest) als ingezetene van Nederland. [X.] heeft hiervoor als verklaring gegeven dat zij uit angst voor de personen die haar naar Nederland hebben gesmokkeld een valse identiteit heeft aangenomen. Op grond van de in verband daarmee thans aangeleverde gegevens (diverse niet gelegaliseerde notariële verklaringen uit China) kan niet aanstonds worden vastgesteld dat [X.] en [Y.] dezelfde persoon zijn. Dit heeft tot gevolg dat - alvorens kan worden toegekomen aan de vraag of [X.] als de biologische moeder van [A.] in diens geboorteakte geregistreerd behoort te worden - eerst de identiteit van [X.] volgens de daarvoor toepasselijke maatstaven dient te worden vastgesteld. Daartoe leent zich de onderhavige procedure naar het oordeel van het hof niet. Het ligt derhalve op de weg van [X.] om eerst in het GBA-register tot een wijziging van haar identiteit te komen. In het kader van de inschrijving van [X.] in het GBA-register kan deugdelijke vaststelling van de identiteit van [X.] plaatsvinden. Gelet op het feit dat [X.] nu wel haar naam als de moeder in de geboorteakten van [A.] en [B.] vermeld wenst te zien, kan haar angst voor de eerder genoemde smokkelaars thans geen grond meer opleveren om haar identiteit in het GBA-register niet te wijzigen. Indien aldus in voldoende mate is komen vast te staan dat [X.] en [Y.]n dezelfde persoon zijn, kan [X.] alsnog wijziging van de geboorteakte van [X.] verzoeken. In die procedure zal, nu het om een zaak van afstamming gaat, [X.] door een bijzonder curator vertegenwoordigd moeten zijn. Grief 2 slaagt derhalve.
De uitspraak op rechtspraak.nl