Hof 's-Hertogenbosch 24 januari 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BA2337
De belanghebbende heeft voor zijn stelling dat de werkelijke verhouding tussen hem en de onder 2.2 vermelde Franse en Belgische ondernemers afwijkt van hetgeen uit de facturen blijkt, geen bewijs bijgebracht. Aan dit oordeel van het Hof doet niet af dat de belanghebbende in economische zin slechts een vergoeding realiseerde voor het voeren van het vee doordat zijn verkoopprijs, zoals hij -door de Inspecteur niet weersproken- tijdens het onderzoek ter zitting heeft gesteld, de som was van zijn inkoopprijs en een vergoeding voor het voeren. Uit dit laatste volgt immers niet onomstotelijk dat het vee niet door de belanghebbende is gekocht en verkocht. [..] Gelet op hetgeen onder 4.6 tot en met 4.8 is overwogen, heeft de belanghebbende zijn stelling dat de Franse en Belgische leveranciers hun onderneming mede dreven door middel van een vaste inrichting in Nederland en dat zij het onderhavige vee in dat kader voor bedrijfsdoeleinden naar Nederland hebben overgebracht, niet aannemelijk gemaakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl