Hof 's-Hertogenbosch 2 januari 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:AZ6352

In hoger beroep heeft [appellant] bij akte zijn eis aldus gewijzigd dat hij primair verzoekt de zaak na vernietiging van het vonnis van de rechtbank terug te verwijzen naar de rechtbank. Subsidiair vordert [appellant] toewijzing van zijn vordering van E. 39.755,74, met wettelijke rente. Het hof is van oordeel dat de door [appellant] beoogde eiswijziging niet kan worden toegestaan. Nu Carstenfelder niet in het geding is verschenen, en gesteld noch gebleken is dat [appellant] de verandering van eis tijdig bij exploot aan Carstenfelder kenbaar heeft gemaakt, is een verandering van eis ingevolge artikel 130 lid 3 Rv. tegen Carstenfelder uitgesloten. De conclusie is aldus dat slechts de subsidiaire vordering aan het hof ter beoordeling voorligt. Geheel ten overvloede merkt het hof overigens op dat, in een geval als het onderhavige, waarin in eerste aanleg een eindvonnis is gewezen, de gehele zaak naar de hogere rechter wordt overgebracht ter beslissing door deze rechter terwijl er in beginsel dan ook geen terugverwijzing kan plaatsvinden. Deze regel leidt slechts uitzondering in gevallen waarin de appelrechter een uitspraak van de rechter in eerste aanleg vernietigt, waarbij deze zich onbevoegd heeft verklaard van het geschil kennis te nemen, hetzij wegens het ontbreken van rechtsmacht van de Nederlandse rechter, hetzij op grond van het bepaalde in artikel 1022 lid 1 Rv.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen