Hof 's-Hertogenbosch 28 september 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:BA1816
Belanghebbende heeft in zijn aangiftebiljet inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor 2002 in verband met het gebruik van de personenauto in dat jaar geen bijtelling privé-gebruik auto in aanmerking genomen. Bij de aanslagregeling heeft de inspecteur ter zake van privé-gebruik auto het door belanghebbende aangegeven belastbare inkomen (box 1) met € 2.579 verhoogd tot (€ 38.754 + € 2.579 =) € 41.333. Daarbij heeft de inspecteur het gebruik van de personenauto door belanghebbende om naar en van zijn werk te komen, aangemerkt als regelmatig woon-werkverkeer in de zin van artikel 16, lid 1, aanhef en onderdeel c, van de Wet op de loonbelasting 1964 en vervolgens, uitgaande van voormelde reisafstand van 7 km, met toepassing van artikel 3.145, lid 9, van de Wet inkomstenbelasting 2001, dat woon-werkverkeer aangemerkt als te hebben plaatsgevonden voor privé-doeleinden. Daarmee was meer dan 500 maar niet meer dan 3000 kilometers gemoeid. Daarvan uitgaande en uitgaande van voormelde catalogusprijs van € 25.793 heeft de inspecteur voor de toepassing van artikel 3.145, lid 4, van de Wet inkomstenbelasting 2001 het voordeel en aldus de bijtelling berekend op (10% van € 25.793 is) € 2.579.
De uitspraak op rechtspraak.nl