Hof 's-Hertogenbosch 6 december 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:BA0488

Belanghebbende heeft op 29 december 2003 in het kader van een interne reorganisatie als bedoeld in artikel 5b Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer (hierna: het UB) ondermeer een onroerende zaak verkregen. De inbreng vond plaats tegen de boekwaarde en ten titel van kapitaal (dat wil zeggen als storting op een nieuw uitgegeven aandeel waarbij het meerdere als agio werd geboekt). De daarbij opgetreden verkrijging was vrijgesteld op grond van artikel 15, lid 1, letter h, van de Wet op Belastingen van Rechtsverkeer 1970 (hierna: de WBR). Die vrijstelling vervalt blijkens lid 3 van artikel 5b UB, wanneer de concernrelatie tussen de verkrijgende vennootschap en de inbrengende vennootschap binnen drie jaren verbroken wordt. Niet in geschil is, dat dat laatste zich hier voorgedaan heeft. Nog op de dag van de inbreng is de inbrengende vennootschap juridisch gesplitst (hierna: de splitsing) in twee vennootschappen, zogenaamde persoonlijke houdstermaatschappijen. De Inspecteur en de Rechtbank hebben daaraan het gevolg verbonden, dat de vrijstelling moet worden teruggenomen. [..] Het Hof bevestigt de aangevallen uitspraak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen