Hof 's-Hertogenbosch 3 november 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ8730
Naar het oordeel van het Hof heeft de belanghebbende - daargelaten of sprake is van één door de belanghebbende aan de cliënten verleende (hoofd)dienst - tegenover de betwisting door de Inspecteur niet aannemelijk gemaakt, dat het kenmerkende element van die dienst zou bestaan uit het gelegenheid geven tot baden, als bedoeld in artikel 9, tweede lid, aanhef, onderdeel a van de Wet OB 1968 juncto tabel I, post b3, bij de Wet OB 1968. Immers, de belanghebbende geeft niet alleen gelegenheid tot baden, zij biedt ook het gebruik aan van een sneeuwcabine, een vriescabine, zonnebanken, een schoonheidssalon en een restaurant en tevens biedt zij massages aan.
De uitspraak op rechtspraak.nl