Hof 's-Hertogenbosch 5 oktober 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ8729
Heeft een buitenlandse belastingplichtige inwoner van een lidstaat, die in Nederland geen inkomen uit werk maar slechts inkomen uit sparen en beleggen geniet en daarom niet premieplichtig is en geen premie afdraagt voor de Nederlandse volksverzekeringen, bij de berekening van zijn belastbaar inkomen uit sparen en beleggen, op grond van het EG-recht recht op toekenning door Nederland van de heffingskortingen voor de volksverzekeringen (de algemene ouderdomsverzekering, de nabestaandenverzekering en de algemene verzekering bijzondere ziektekosten), indien een binnenlandse belastingplichtige bij de berekening van zijn belastbaar inkomen uit sparen en beleggen recht heeft op deze heffingskortingen, omdat hij als verzekerde en premieplichtige voor de Nederlandse volksverzekeringen wordt aangemerkt, zelfs indien ook hij in Nederland geen inkomen uit werk maar slechts inkomen uit sparen en beleggen geniet en om die reden geen premie afdraagt voor de Nederlandse volksverzekeringen? [..] Het Hof van Justitie EG heeft de eerste vraag ontkennend beantwoord, met de motivering dat de Nederlandse regeling wordt gerechtvaardigd door het objectieve verschil tussen de verzekerde voor de Nederlandse volksverzekeringen en degene die niet in dat stelsel verzekerd is. Mitsdien komt het Hof van Justitie EG niet toe aan de tweede en derde door het Hof gestelde vraag. Het beroep van belanghebbende kan daarom naar het oordeel van het Hof in het geheel niet gegrond worden op EG-recht.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 8 WFV
- Artikel 10 WFV
- Artikel 8:75 Awb
- Artikel 2.1 Wet IB 2001
- Artikel 2.5 Wet IB 2001
- Artikel 2.7 Wet IB 2001
- Artikel 5.5 Wet IB 2001
- Artikel 8.1 Wet IB 2001
- Artikel 8.2 Wet IB 2001
- Artikel 8.3 Wet IB 2001
- Artikel 8.4 Wet IB 2001
- Artikel 8.5 Wet IB 2001
- Artikel 8.6 Wet IB 2001
- Artikel 8.8 Wet IB 2001
- Artikel 8.9 Wet IB 2001
- Artikel 8.9a Wet IB 2001
- Artikel 14 EVRM