Hof 's-Hertogenbosch 19 december 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ5895

Onder "bouwrijp" is in het algemeen, en ook in dit geval, te verstaan dat het perceel is ontsloten en ontwaterd, dat het is aangesloten op nutsvoorzieningen, dat de grond niet is verontreinigd, dat er geen vreemde obstakels in de grond zitten en degelijke. Niet betwist is dat het perceel zich ten tijde van de verkoop in deze staat bevond, zodat er geleverd is in overeenstemming met het bepaalde in art. 6 van de koopovereenkomst. Er is onvoldoende gesteld of gebleken waaruit kan worden opgemaakt dat in dit geval een ruimer begrip "bouwrijp" zou moeten worden gehanteerd. Waar de rechtbank hieronder heeft verstaan dat het perceel zonder voorafgaande ingrijpende bewerking (lees: ophoging) van de grond bebouwd moest kunnen worden, heeft de rechtbank het begrip "bouwrijp" te zeer opgerekt. [..] Onder die omstandigheden bracht de zorgvuldigheid die de gemeente in haar dubbele rol van zowel regelstellende overheid als contractspartij tegenover CRA in acht diende te nemen, mee dat zij CRA erop had moeten wijzen welk bouwpeil zij placht voor te schrijven en dat het aan te kopen perceel, gelet op die geldende voorschriften, fors diende te worden opgehoogd alvorens een bouwvergunning zou worden afgegeven.

De uitspraak op rechtspraak.nl