Hof 's-Hertogenbosch 31 oktober 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ1334
Het hof is van oordeel dat [appellante] onvoldoende heeft gesteld, om in rechte te kunnen aannemen dat er sprake is van overgang op CSU van de onderneming van NVD of van een onderdeel van NVD dat een economische eenheid vormt met een eigen identiteit, zoals bedoeld in artikel 7:662 e.v. BW. Het hof ziet dan ook geen aanleiding om op dit punt aan [appellante] bewijs op te dragen. Uit hetgeen door partijen is gesteld valt enkel af te leiden dat CSU in plaats van NVD met ENCI een contract heeft gesloten terzake de beveiliging van het terrein van ENCI en dat zij een aantal van de aldaar werkzame medewerkers van NVD een contract heeft aangeboden. Zonder nadere toelichting en onderbouwing van de aard van de onderneming of organisatie van NVD waaruit zou kunnen worden afgeleid dat er sprake was van een economische eenheid met een eigen identiteit binnen de onderneming van NVD die bij ENCI de beveiliging verzorgde, dient de stelling van [appellante] dat alle rechten en verplichtingen uit haar arbeidsovereenkomst met NVD van rechtswege zijn overgegaan op CSU te worden verworpen. Hiermee faalt tevens de eerste grief die met name gegrond is op de door [appellante] gestelde overgang van de onderneming van NVD op CSU.
De uitspraak op rechtspraak.nl