Hof 's-Hertogenbosch 4 oktober 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:AY9467
Wet herstructurering varkenshouderij. Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Hof verwerpt de eerder gevoerde, bij pleidooi herhaalde, preliminaire verweren strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie op grond van 1) overschrijding van de redelijke termijn, 2) "toezeggingen" van de landsadvocaat, 3) het als gevolg van uitlatingen van een officier van justitie opgewekte vertrouwen dat niet tot vervolging zou worden overgegaan, 4) het tijdens de inverzekeringstelling verstoken zijn gebleven van (tijdige) rechtsbijstand en 5) het achterwege blijven van bestuursrechtelijke handhaving van de bepalingen van de Wet herstructurering varkenshouderij. Uitleg van het begrip houden van varkens als bedoeld in de Wet herstructurering varkenshouderij. Feitelijke situatie doorslaggevend. Hoogte varkensrecht volgt rechtstreeks uit Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij. Niet bewezen dat verdachte opzettelijk, ook niet in voorwaardelijke zin, meer varkens heeft gehouden dan wettelijk was toegestaan. Vrijspraak ten laste gelegde misdrijven. Ten laste gelegde overtredingen verjaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl