Hof 's-Hertogenbosch 22 september 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:AY8700

Anders dan door de verdachte betoogd is het hof van oordeel dat de noodsituatie die verdachte heeft ervaren niet is gelegen in het garanderen van de veiligheid van zijn personeel en klanten, maar in het kunnen laten draaien van zijn café. Dit laatste kon blijkbaar alleen als verdachte de Marokkaanse jongeren die voor de ongeregeldheden verantwoordelijk waren, uit het café kon weren. Het hof is van oordeel dat het middel dat verdachte heeft gebruikt, te weten het weigeren van alle Marokkanen en daardoor opzettelijk discrimineren van personen, niet voldoet aan het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel. Belang van non-discriminatie weegt naar het oordeel van het hof zwaarder dan het belang van verdachte om zijn café te kunnen laten draaien. Verdachte had bovendien minder vergaande middelen kunnen aanwenden om hetzelfde belang te redden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen