Hof 's-Hertogenbosch 15 augustus 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:AY6478

Ten aanzien van die schade merkt het hof allereerst op dat het hier gaat om de schade die [appellant] heeft geleden ten gevolge van een aan [geïntimeerde sub b] en [geïntimeerde sub a] (die bij de overeenkomst als wederpartij van [appellant] is opgetreden) verweten onrechtmatig handelen dat daarin bestaat dat [geïntimeerde sub b] bij de onderhandelingen die tot de koopovereenkomst inzake de aandelen hebben geleid onvermeld heeft gelaten dat in de ten tijde van de onderhandelingen geldende jaarstukken van het concern over de boekjaren 1983 en 1984 een onjuiste voorstelling van zaken is gegeven doordat bepaalde inkomsten daarin niet zijn vermeld en doordat gelden aan het vermogen van de bedrijven zijn onttrokken, waarvan de directie op de hoogte was (r.o. 6.3 en bewijsopdracht tussenvonnis 27 november 1992 in de hoofdzaak). Voormelde schade is, naar in r.o. 6.5 van voormeld vonnis tot uitdrukking is gebracht, gelegen in het uitgangspunt dat [appellant] bij een juiste voorstelling van zaken in de jaarrekening met de thans in mei/juni 1985 overeengekomen koopsom geen genoegen zou hebben genomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen