Hof 's-Hertogenbosch 13 juli 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:AY6065
Op grond van artikel 1.4 van de Wet IB 2001 wordt onder een kind mede verstaan een pleegkind, ook wat betreft bloed- en aanverwantschap. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 27 november 1996, nummer 31 547, BNB 1997/27, overwogen dat onder het begrip pleegkind als bedoeld in artikel 46 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 moet worden verstaan een kind dat door de belastingplichtige wordt of werd onderhouden en opgevoed als een eigen kind. Uit de wetsgeschiedenis volgt niet dat artikel 1.4 van de Wet IB 2001 beoogt verandering aan te brengen in het begrip pleegkind. Van opvoeden als eigen kind is slechts sprake indien de belastingplichtige met betrekking tot de opvoeding van het kind de plaats inneemt van de ouder en er in dat opzicht tussen de belastingplichtige en het kind een verhouding bestaat als die van een ouder met een eigen kind. Het hof is van oordeel dat, gelet op het feit dat een relatie tussen broers niet kan worden gelijk gesteld aan een relatie tussen een ouder en een kind, alsmede de verklaring van belanghebbende zelf dat hij niet het gezag voert over de broers als ware hij een vader, niet wordt voldaan aan de hiervoor [..] bedoelde opvoedingseis. De broers kunnen derhalve niet als pleegkinderen worden aangemerkt.
De uitspraak op rechtspraak.nl