Hof 's-Hertogenbosch 11 mei 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:AX9640
De moeder heeft in hoger beroep verzocht de geslachtsnaam van de minderjarige te wijzigen in de naam van de vader, te weten: primair: ABC; subsidiair: AB en meer subsidiair: C. Met betrekking tot het primaire en subsidiaire verzoek heeft het hof overwogen dat het Nederlandse recht geen namenreeks kent als geslachtsnaam. Indien gekozen zou worden voor een namenreeks, zou dit betekenen dat het kind naar Nederlands recht geen geslachtsnaam heeft, hetgeen tot grote problemen in het maatschappelijk verkeer kan leiden. Anders ligt dit naar het oordeel van hof ten aanzien van het meer subsidiaire verzoek om het kind de geslachtsnaam - C - te geven. De vader woont niet in Somalië, maar in de Verenigde Staten van Amerika. Zijn band met Somalië en het Somalische namenrecht is daardoor verzwakt. Aangezien de Verenigde Staten van Amerika evenmin als het Nederlandse namenrecht namenreeksen kent, voert de vader geen namenreeks, maar de geslachtsnaam - C -, zijnde de oudste naam van zijn namenreeks, welke geslachtsnaam ook als zodanig door de autoriteiten in de Verenigde Staten van Amerika is geaccepteerd. Het hof ziet daarom geen reden om te weigeren de geslachtsnaam - C -, die de vader officieel in de Verenigde Staten van Amerika voert te erkennen; het geven van die geslachtsnaam aan het kind levert naar het oordeel van hof geen strijd op met de Nederlandse openbare orde.
De uitspraak op rechtspraak.nl