Hof 's-Hertogenbosch 14 maart 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:AW4181
Voor de verjaring - in de voorloper van artikel 3:200 BW, artikel 1162 (oud) BW, stond nog een verjaringstermijn, al werd veelal aangenomen dat een vervaltermijn bedoeld was - heeft de wetgever in de artikelen 3:320 en 3:321 BW een verlengingsregeling gegeven voor de verjaringstermijn die afloopt tijdens of kort na de ontbinding van het huwelijk. De wetgever erkent daarmee dat verjaring kan lopen, en zelfs kan aflopen tijdens het huwelijk (in dit laatste geval wordt de verjaringstermijn verlengd tot zes maanden ná de ontbinding). Er bestaan geen aanwijzingen dat de wetgever, door in plaats van een verjaringstermijn een vervaltermijn te bepalen, heeft willen breken met de mogelijkheid dat de termijn tijdens het huwelijk loopt.
De uitspraak op rechtspraak.nl