Hof 's-Hertogenbosch 14 maart 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:AW4177

Naar 's hofs oordeel staat ook in het geheel niet vast dat er in het onderhavige geval sprake is geweest van benadeling van de gezamenlijke crediteuren van Ko-Ve. Van benadeling van de gezamenlijke crediteuren in de zin van art. 42 Fw is kort gezegd sprake indien het eigen vermogen van de toekomstige failliet in bedrijfseconomische zin is verminderd of - hetgeen in het onderhavige geval niet aan de orde is - de onderlinge rangorde van de crediteuren is doorbroken. Het gaat er thans om, of de verhaalsmogelijkheden voor de gezamenlijke crediteuren geringer zijn dan zij zouden zijn geweest als de overeenkomst van 12 juni 2001 niet zou zijn gesloten, en zou zijn nagekomen. Bij de beoordeling van deze vraag dient ook rekening gehouden te worden met de gunstige gevolgen die de gewraakte overeenkomst voor de gezamenlijke crediteuren kan hebben gehad.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen