Hof 's-Hertogenbosch 19 december 2005, ECLI:NL:GHSHE:2005:AV4201

Appellanten zijn in beroep gekomen van de beslissing van de rechtbank Maastricht waarin o.g.v. art. 350, lid 3, sub c Fw de toepassing van de schuldsaneringsregeling op voordracht van de rechter-commissaris tussentijds is beëindigd. Ter zitting in hoger beroep wordt naar voren gebracht dat appellanten een voorstel voor een akkoord aan hun schuldeisers hebben gedaan. Alle schuldeisers zijn akkoord met het voorstel. De bewindvoerder juicht dit toe. De boedel bevat voldoende middelen om het akkoord uit te voeren. Een akkoord moet gelet op art. 329, lid 2 Fw ter griffie worden neergelegd. De rechtbank is belast met de afwikkeling, niet het hof. Aanhouding van de beslissing acht het hof onwenselijk, zo al de devolutieve werking van het hoger beroep daaraan niet in de weg zou staan. Aanhouding zou tot tegenstrijdige beslissingen van de rechtbank kunnen leiden, t.w. beëindiging schuldsanering en homologatie van het akkoord. Het hof overweegt als volgt ´Het hof neemt in aanmerking dat het ex nunc heeft te oordelen of de gewraakte beslissing in stand moeten blijven, waarbij ook rekening gehouden moet worden met feiten en omstandigheden die zijn voorgevallen sedert de beslissing waarvan beroep. Dit in acht nemende is het hof van oordeel dat het – als serieus aan te merken voorstel voor een akkoord, dat bovendien is onderbouwd met verklaringen van schuldeisers – als zodanig novum moet gezien dat reeds daarom de beslissing waarvan beroep niet in stand kan blijven.´ Het vonnis wordt vernietigd om de schuldenaren in de gelegenheid te stellen het akkoord aan te bieden. Overigens blijft onverlet, dat in het geval het akkoord niet tot het beoogde resultaat zal leiden, de rechter-commissaris een nieuwe voordracht kan doen tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling, waarbij alle feiten en omstandigheden, zoals die zich alsdan voordoen, en derhalve ook de feiten die de rechtbank aanleiding hebben gegeven om de schuldsaneringsregeling te beëindigen, gewogen dienen te worden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen