Hof 's-Hertogenbosch 5 december 2005, ECLI:NL:GHSHE:2005:AU8558
Zoals het hof hiervoor ter zake de onder 2 en 3 telastegelegde feiten heeft overwogen is niet wettig en overtuigend bewezen dat de Poolse werknemers zich wederrechtelijk toegang tot Nederland hebben verschaft of dat sprake was van een wederrechtelijk verblijf wegens gevaar voor de openbare orde of op grond van de omstandigheid dat niet was voldaan aan de meldingsplicht als bedoeld in artikel 62 van het Vreemdelingenbesluit. Hoewel naar het oordeel van het hof vaststaat dat verdachte, die de personeelsadministratie voerde en de loonbetalingen verrichtte, heeft geweten dat het verblijf van bepaalde door [bedrijf 1] tewerkgestelde Poolse werknemers in Nederland wederrechtelijk was als gevolg van verval van de vrije termijn door een te lang verblijf en/of een te snelle terugkeer, acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat het oogmerk van de organisatie hierop gericht is geweest. Volgt vrijspraak.
De uitspraak op rechtspraak.nl