Hof 's-Hertogenbosch 25 oktober 2005, ECLI:NL:GHSHE:2005:AU6748
Uit het vorenstaande volgt dat [appellant] als opdrachtgever zelf de werkzaamheden van de verschillende nevenaannemers diende te coördineren. Als een van de aannemers rustte op [geïntimeerde] de verplichting om [appellant] naar behoren te informeren over wijzigingen of aanpassingen die hij bij zijn aandeel in het werk tegen kwam, aangezien die gevolgen zouden kunnen hebben voor het werk van de overige bij de opdracht betrokken aannemers en bedrijven. Aldus diende [geïntimeerde] [appellant] er op te wijzen dat in verband met de ontdekking van de poer de gehele staalconstructie 23 cm zou worden verschoven. Deze waarschuwingsplicht hield naar het oordeel van het hof echter niet in dat [geïntimeerde] [appellant] ook moest wijzen op de verdere gevolgen hiervan, aangezien het onderkennen en ondervangen van die gevolgen nu juist vallen onder de coördinatie van het werk waarvoor [appellant] verantwoordelijk was.
De uitspraak op rechtspraak.nl