Hof 's-Hertogenbosch 5 augustus 2005, ECLI:NL:GHSHE:2005:AU0541

Namens de verdachte is door diens raadsman ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd, dat verdachte, nu hij in zijn bedrijfsvoering, met gebruikmaking van de zogenaamde "duospray"-methode, vergeleken met de wettelijk voorgeschreven en wel toegelaten methoden van emissiearm uitrijden beter presteert, vanwege het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid, dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, althans dat schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel geïndiceerd is. Het hof overweegt hiertoe als volgt. Ter terechtzitting in hoger beroep is vast komen te staan dat verdachte om vrijstelling ex artikel 64 Wet bodembescherming heeft verzocht en dat dit verzoek op 9 juli 2004 is afgewezen. Voorts is gebleken dat verdachte om hem moverende redenen geen beroep heeft gedaan op de mogelijkheid van een ontheffing als bedoeld in artikel 7 van het Besluit gebruik meststoffen. Desondanks is verdachte blijkens zijn verklaring ter terechtzitting in hoger beroep doorgegaan met een wettelijk niet toegelaten wijze van uitrijden van mest. Daargelaten of de "duospray"-methode leidt tot aantoonbaar betere prestaties - waarvan overigens in deze strafzaak niet zonder meer kan worden uitgegaan - kan onder deze omstandigheden niet worden gezegd dat aan het feit de materiële wederrechtelijkheid ontbreekt, noch dat verdachte op een andere grond van alle rechtsvervolging zou moeten worden ontslagen. Het hof verwerpt derhalve het verweer.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen