Hof 's-Hertogenbosch 6 juli 2005, ECLI:NL:GHSHE:2005:AT9322

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de brief van Bouman GGZ, Bouwen aan nieuw perspectief, reclassering te Rotterdam d.d. 16 juni 2005, blijkens welke brief op 19 januari 2005 door de reclassering voornoemd voorlichtingsrapportage omtrent verdachte in een andere strafzaak is uitgebracht en vanuit het Ministerie van Justitie is opgelegd dat wanneer er een voorlichtingsrapportage jonger dan negen maanden ligt, geen nieuw rapport mag worden uitgebracht, weswege de reclassering niet mogelijk is gebleken te voldoen aan het op 7 maart 2005 door het gerechtshof gedane verzoek tot opmaken van nieuwe rapportage omtrent verdachte. De reclassering heeft mitsdien geen gehoor gegeven aan de door het hof op 7 maart 2005 gegeven opdracht. Het hof is van oordeel, gezien de wettekst van artikel 147 van het Wetboek van Strafvordering, welke bepaling krachtens artikel 415 juncto artikel 310 van die wet tevens op de behandeling van de procedure in hoger beroep van toepassing is, dat gelet op het imperatieve karakter van artikel 8, eerste lid, onder b Reclasseringsregeling 1995, de afspraak voornoemd tussen het Ministerie van Justitie en de reclassering niet in de weg kan staan aan de opdracht die het gerechtshof in de onderhavige strafzaak aan de reclassering heeft gegeven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen